Vrouwen en Armoede

Van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving

Focus op talenten van vrouwen biedt oplossing voor armoedebestrijding

Het Vrouwennetwerk Brabant komt op voor de belangen van (kwetsbare) vrouwen in de samenleving. Met deze handleiding voor de B5-gemeenten in Noord-Brabant wil zij een bijdrage leveren aan de bestrijding van armoede door versterking van de positie van vrouwen.


 

Aanleiding

De positie van man en vrouw is nog altijd niet gelijk. Ten opzichte van mannen geldt voor vrouwen dat in Nederland minder dan de helft  economisch zelfstandig is. Slechts 48 % van de Nederlandse vrouwen tussen de 15 en 65 jaar verdient namelijk een netto jaarinkomen (uit arbeid of onderneming) dat hoger is dan de netto bijstandsuitkering van een alleenstaande. Dat blijkt uit een onderzoek van kenniscentrum E-Quality in opdracht van de Delta Lloyd Group Foundation dat in november 2010 werd gepubliceerd. Het onderzoek laat zien dat de vrouwen in Nederland kwetsbaar zijn voor financiële tegenslagen en andere ingrijpende gebeurtenissen.

Armoede werkt voornamelijk via vrouwen door in generaties. De groep alleenstaande ouders, waarvan het overgrote deel vrouwen, vormt een bijzondere risicogroep. Het doorbreken van armoede werkt, volgens ervaringen onder meer met microkrediet, ook vooral via vrouwen. 

Armoede levert hoge maatschappelijke kosten. Armoede produceert namelijk grote sociaal economische gezondheidsverschillen, die tot hoge zorgconsumptie leiden. Mensen die in armoede leven, zijn minder gezond. Mensen die gezond zijn maar in een armoedeval belanden, worden minder gezond. Een ongezonde bevolking is alleen al vanwege afgenomen beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt ongewenst.
De kloof tussen arm en rijk wordt na lange tijd van stabilisatie sinds kort weer groter.

Wij constateren dat in de huidige wetgeving te weinig rekening wordt gehouden met genderspecifieke uitgangspunten. Bijvoorbeeld:

  • de Wet Werk en Bijstand (WWB) houdt te weinig rekening met on- of laaggeschoolde alleenstaande ouders. Voor deze groep is het moeilijker om betaald werk te vinden omdat zij vanwege zorgtaken vaak minder uren beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Ook hebben zij vaak een kort arbeidsverleden met minder werkervaring, waardoor zij minder makkelijk plaatsbaar zijn. Werkgever en werknemer wegen de kosten voor bijvoorbeeld kinderopvang in verhouding tot loonopbrengst kritisch af. Binnen gemeenten zijn er te weinig kinderopvangplaatsen (met en zonder medische indicatie) voor ouders die zich willen/moeten oriënteren op scholing of werk.
  • De Wet Investering Jongeren (WIJ) gaat er vanuit dat jongeren of leren of werken, maar gaat voorbij aan de categorie die een opleiding en zorg moeten combineren.
    Als er bij een studie geen baangarantie is, is men bij een door het rijk erkende opleiding aangewezen op studiefinanciering en verliest men het recht op uitkering. Alleenstaande moeders met een lage sociaal economische status ‘kiezen’ dan voor inkomenszekerheid. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om ROC MBO, zoals een kappersopleiding, toerisme, et cetera.


De reproductie van armoede verloopt van oudsher vooral via vrouwen. De kans op armoede is 4x zo hoog in een eenoudergezin. Alleenstaande ouders hebben meer kans op langdurige armoede (Emancipatiemonitor 2010). Zo heeft bijvoorbeeld in Tilburg 92 % van de alleenstaande ouders in de bijstand een vrouwelijk gezinshoofd. Wij stellen dan ook dat zonder specifieke aandacht voor vrouwen het armoedevraagstuk niet opgelost kan worden. Willen wij armoede bestrijden en de reproductie van armoede naar nieuwe generaties tegengaan, dan moet actief worden gewerkt aan de economische zelfstandigheid van vrouwen.

Daarvoor zal meer moeten worden ingezet op de verbinding tussen maatschappelijke participatie en arbeidsparticipatie. Armoedebestrijding vraagt een structurele en integrale aanpak. Daarbij zijn arbeidsmarktbeleid en inkomensbeleid even belangrijk als sociaal beleid gericht op maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid. In deze handreiking ligt het accent op de verbinding die hiertussen moet worden aangebracht.

De inzet moet zowel gericht zijn op vergroting van draagkracht en vermindering van draaglast onder groepen en individuen als op realisatie van voorzieningen en maatregelen om die draagkracht te ondersteunen.

Door meer in te zetten op talenten van vrouwen en als uitgangspunt te nemen wat zij kunnen, kan sociale uitsluiting worden bestreden. Hierdoor kan armoede worden teruggedrongen. Hoe dit bewerkstelligd kan worden, zetten wij uiteen in onderstaande handreiking.

Doelstelling

Armoedebestrijding is erop gericht mensen te laten participeren in de maatschappij. Het directe gevolg van armoede is sociale uitsluiting. En sociale uitsluiting leidt op de lange termijn tot minder ontplooiingsmogelijkheden en daardoor tot minder kansen op de arbeidsmarkt. Vermindering van kansen op de arbeidsmarkt leidt vervolgens weer tot armoede. Als samenleving kunnen we nog veel meer investeren in de participatie van economisch kwetsbare mensen. De economische crisis maakt een meer participatieve samenleving noodzakelijk. De scheidslijn tussen maatschappelijke participatie en arbeidsparticipatie moet vervagen. Een betere verbinding tussen beide vormen van participatie vormt de basis voor armoedebestrijding.

Achtergrond

Armoede treft in Nederland ruim 900.000 mensen; 70 % van hen is vrouw. Het gaat vooral om gescheiden vrouwen, weduwen en 65+ vrouwen. De laagste inkomensgroepen in Nederland bestaan voor tweederde uit vrouwen. In het rijke Nederland groeien 310.000 kinderen op in armoede, voor een belangrijk deel bij alleenstaande moeders (lezing Femke Halsema 9 maart 2010, viering internationale Vrouwendag Amsterdam). Het is een mondiaal verschijnsel dat de zorg voor kinderen, ouders en familie gratis door vrouwen wordt gedaan. Wereldwijd blijkt dat ruim de helft van alle werk 'onbetaald' is en daarvan tweederde bij vrouwen terecht komt. Door dit feit krijgen vooral vrouwen met armoede te maken.
Van de 1,3 miljard armen op de wereld is dan ook 70 % vrouw. Dit blijkt uit de cijfers van het rapport van het ontwikkelingsfonds van de Verenigde Naties, gepubliceerd aan de vooravond van de VN-Vrouwenconferentie in Beijing in 1995. Ook van de 50 miljoen armen in Europa is het merendeel vrouw.
 
Relatief veel kinderen in Nederland komen uit gezinnen met een laag inkomen. Dit is voor een deel toe te schrijven aan de grote kans op armoede onder eenoudergezinnen, een gezinsverband dat in de 21e eeuw begint te domineren. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in dit type gezinsverband. Immers na een scheiding wonen in 80% van de gevallen kinderen fulltime bij hun moeder (www.sep.nl). De kans op armoede voor moeders van een eenoudergezin met minderjarige kinderen bedraagt 22 %. Bij kinderen onder de 15 jaar is de kans op armoede relatief groot, doordat er veel in een eenoudergezin leven. Een risiciogroep voor armoede vormen moeders die economisch niet-zelfstandig zijn en slecht kunnen rondkomen. Zij zijn weinig op de toekomst gericht, hebben gebrekkige financiële kennis en weinig motivatie om hun kennisniveau te vergroten. Hierdoor is de kans op verkeerde financiële beslissingen groot (mede omdat zij financiële beslissingen alleen (moeten) nemen) en zullen zij financiële tegenslagen minder goed kunnen opvangen (Armoedesignalement 2010).
Onderzoek van kenniscentrum E-quality (2010) laat zien dat vrouwen over het algemeen minder financiële kennis en vaardigheden hebben en minder gemotiveerd zijn om die op te doen dan mannen. Door te investeren in vrouwen, investeren we in de toekomst van hun kinderen en daarmee in volgende generaties. Reproductie van armoede wordt dan doorbroken.


Wegnemen van belemmeringen en focussen op talenten

Om een betere verbinding te bewerkstelligen tussen maatschappelijke participatie en arbeidsparticipatie moet ons inziens aanvullende inzet worden gepleegd.

1. Het wegnemen van belemmeringen
Wetgeving zoals de WWB (w.o invoering van de huishoudtoets in 2012), WIJ, regelingen en toenemende kosten van kinderopvang en de Pensioenwet werken belemmerend voor vrouwen en vormen daarmee een risico voor een armoedeval. Deze belemmeringen moeten worden opgespoord en hiervoor moeten beleidsmatige oplossingen worden gezocht. Op korte termijn kan dit plaatsvinden voor de categorie jonge vrouwen omdat de WIJ in 2013 opgaat in de Wet Werken Naar Vermogen. Gemeenten zouden via de VNG hiervoor kunnen pleiten.
Inkomensachteruitgang m.b.t. de huishoudtoets voor éénouder gezinnen met kinderen boven de 18 jaar met eigen inkomsten, dienen voor invoering van de WWNV bij de landelijke overheid bekend te zijn.

2. Het focussen op talenten

In onze visie is in de verzorgingsstaat zoals we die decennia lang hebben gekend, onvoldoende geïnvesteerd in het motiveren van mensen om zelf de regie te nemen.
Om de noodzakelijke verbinding tussen maatschappelijke participatie en arbeidsparticipatie te verwezenlijken, moet worden geïnvesteerd in het motiveringsproces van betrokkenen. Dit kan alleen door verdieping in de ‘gebruiksaanwijzing’ van bepaalde groepen in bepaalde omstandigheden te combineren met verdieping in de situatie van de individuele betrokkene en deze persoonlijk aan te spreken (diversiteitbeleid en individuele ontmoeting).
Het ministerie van SZW richt de komende jaren haar aandacht op participatie bevordering o.a. door middel van werken met behoud van uitkering (Wet Werken Naar Vermogen). Of hierdoor de armoede onder vrouwen wordt verminderd, zal moeten blijken. Door bezuinigingen op sociale activering en andere re-integratiegelden voor groepen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, is het de vraag of economische en sociale stijging voor deze specifieke groep vrouwen nog voldoende bereikbaar is.

Het Vrouwennetwerk Brabant pleit ervoor om middelen in te zetten voor het ontwikkelen van aanvullend beleid waarmee wordt geïnvesteerd in vrouwen, door:

  • te richten op het ontwikkelen van de talenten die bij hen aanwezig zijn. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de toekomstige Participatiewet (de Wet Werken Naar Vermogen) bieden hier een kader voor. Binnen de WIJ zijn er ook nu mogelijkheden bekend om bijvoorbeeld alleenstaande tienermoeders het recht op bijstand te laten houden in combinatie met het volgen van een studie;
  • het analyseren en wegnemen van belemmeringen voor sociale en arbeidsparticipatie in wet- en regelgeving. In Noord Brabant worden statische gegevens in m/v aantallen  vanzelfsprekend weergegeven.
  • sociale werkplekken, maatschappelijke stages, duurzaam vrijwilligerswerk en sociale  kinderopvang te realiseren;
  • hen te ondersteunen bij hun zorg- en opvoedingstaak door extra aandacht voor deze doelgroep bijvoorbeeld binnen de gemeentelijke Centra voor Jeugd en Gezin.


Het doel van deze extra inzet is te bevorderen dat vrouwen, hun kinderen en de volgende generatie participeren in de samenleving.

Op de werkagenda van de vijf grootste steden in Noord-Brabant, de B5, missen wij specifieke aandacht voor vrouwen. Om te kunnen werken aan sociale stijging zijn uitsluitend financiële maatregelen of prikkels voor kwetsbare burgers niet genoeg. Binnen het kader van het gemeentelijke armoedebeleid hebben gemeenten de mogelijkheid om - gekoppeld aan activering - maatwerk te leveren. Dit vereist een sluitende keten van voorzieningen. De gemeente is als geen ander in staat regie over de keten te voeren en om witte vlekken, overlap en aansluitingsproblemen te signaleren. Het is belangrijk dat niet alleen armoedebeleid specifieke aandacht richt op vrouwen maar dat afstemming op beleidsmatig en uitvoerend niveau tegelijkertijd plaats heeft met andere taken van de gemeente, zoals het arbeidsmarktbeleid.

Aanbevelingen

Wij pleiten voor het aanspreken van de eigen kracht van mensen. Het inzetten op empowerment moet sterker terugkomen in het beleid.

Hiertoe hebben wij de volgende aanbevelingen:

Opsporen van vrouwen die leven onder het sociale minimum

1. Spoor vrouwen op die rond moeten komen onder of op het sociaal minimum, te denken valt aan vrouwen in de bijstand en spoor ook actief werkende armen op. Zo wordt in Tilburg bijvoorbeeld een groep mensen die afhankelijk zijn van inkomensondersteuning actief benaderd door uitvoerders Sociale Activering om na te gaan in hoeverre deze mensen kunnen stijgen op de participatieladder. Verschillende gemeenten hebben een actief armoedebeleid rondom werkende armen, bijvoorbeeld kwijtschelding gemeentelijke belasting, en een Meedoenregeling. Twee op de drie bijstandsuitkeringen aan ouderen boven 65 jaar gaan naar alleenstaanden. Volgens het CBS is 75 % van deze groep een (allochtone) vrouw.

2. Zet ervaringsdeskundigheid in van vrouwen die zich uit armoede omhoog hebben gewerkt,  voor vrouwen die dat nog moeten doen. Zorg ervoor dat mensen iets met elkaar hebben en maak de verbinding. Een goed voorbeeld is het traject Missing Link uit België, dat mogelijk ook in Eindhoven wordt ingezet via de Fontys Hogeschool. Dit is een opleidingstraject voor ervaringsdeskundigen, bijvoorbeeld op het gebied van armoede. Opgeleide ervaringsdeskundigen (OED’s) spelen vervolgens een belangrijke rol bij het bevorderen van participatie in de samenleving voor alle soorten groepen die zijn uitgesloten.

3. Richt een ombudsteam op van ervaringsdeskundige alleenstaande ouders dat gevraagd en ongevraagd beleidsmakers en -uitvoerders adviseert naar aanleiding van klachten en aanbevelingen uit de dagelijkse praktijk.

Genderaanpak

4. Analyseer statische gegevens op inkomen en armoede vanuit m/v aantallen. Licht het bestaande en het voorgenomen beleid op genderaspecten door en maak hiervoor een toetsingskader, zodat armoedebestrijding en het voorkomen van de armoedeval van vrouwen structureel en integraal kan worden aangepakt (voorbeeld Emancipatie/effecttoets op armoede in Tilburg).

5. Spreek vrouwen aan op hun verantwoordelijkheid om zelf de regie te nemen op hun leven en economisch zelfstandig te worden. Blijf vrouwen uit de onderkant van de samenleving hierin concreet uitdagen en steunen. Bevorder ook de zorgzelfstandigheid van mannen. Dit kan via het Onderwijs, maar ook via de Participatiewet en door uitvoering te geven aan het Nieuwe Werken (Initiatiefwet in voorbereiding).

Kansen binnen beleid WMO

Implementeer de aanpak van armoede binnen WMO beleid, zoals bijvoorbeeld binnen de lokale Centra voor Jeugd en Gezin. Ook hier kan armoede vroegtijdig worden opgespoord, zelfredzaamheid in benutting van lokale regelingen worden gestimuleerd of adequaat worden doorverwezen naar hierop gespecialiseerde voorzieningen.
Omdat de inkomensgrens voor lokale inkomensondersteuning in 2012 wordt verlaagd van 120 naar 110 procent van het minimum, dienen gemeenten te overwegen hoe zij de kosten van sociale participatie voor deze groep burgers omlaag kunnen brengen (Nibud 2011).

6. Stuur als lokale overheid meer van bovenaf via aansluiting met de WMO en de nieuwe Wet op Schuldhulpverlening. Maak lokale verbijzonderingen voor de WMO gericht op de vrouw als spil in de samenleving en bestrijding van armoede. Zorg voor een lokale aanvulling op de WIJ voor tienermoeders om de reproductie van armoede tegen te gaan. Bij kwijtschelding van lokale belasting mogen gemeenten vanaf 2012 rekening houden met de kosten van kinderopvang. (Alleenstaande) ouders met een laag inkomen die gebruik maken van formele kinderopvang hebben mogelijk recht op kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen.   

Samenwerking met bedrijfsleven

7. Betrek werkgevers op lokaal niveau bij Sociaal Verantwoord Ondernemen (SVO). Dit kan door afspraken te maken over het aanbod van werk en werkervaringsplaatsen. Voorbeelden: in Eindhoven wordt Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) in de wijken toegepast via het project Werk in de Wijk. In Oisterwijk en Tilburg zijn met het bedrijfsleven afspraken gemaakt over het aannemen van mensen in het kader van de WWB. Ook het creëren van werkervaringsplaatsen hoort daarbij. Dit instrument wordt nu alleen nog maar toegepast voor mensen die bekend zijn bij de gemeente.  

Gendergerichte aanpak voor participatie

8. Zorg voor goede informatievoorziening aan vrouwen met een minimuminkomen over het gemeentelijk armoedebeleid. Er is immers sprake van onderbenutting van ondersteunende (lokale) regelingen. Informeer deze groep actief en geef informatie over alle mogelijke regelingen en hoe vrouwen met een minimuminkomen daarvoor in aanmerking kunnen komen. Maak gebruik van groepen vrijwilligers om alleenstaande ouders op lokaal niveau te informeren over mogelijkheden om inkomen en positie op de arbeidsmarkt te verbeteren. Laagopgeleide vrouwen hebben veel vaker dan laagopgeleide mannen een flexibel arbeidscontract. Zie project ‘Meer kansen voor alleenstaande ouders’ van FNV Vrouwenbond.

9. Zorg voor goede en tijdige informatievoorziening over het gemeentelijk armoedebeleid aan alleenstaande vrouwen met AOW en vergeet daarbij de allochtone ouderen niet. Deze krijgen vaak maar een gedeeltelijke AOW.

10. Geloof in de deskundigheid en de mogelijkheden van de alleenstaande ouder. Creëer mogelijkheden voor de alleenstaande ouder om betaald werk te combineren met de zorg voor kinderen. Wijs werkgevers op de deskundigheid en mogelijkheden van de alleenstaande ouder, in plaats van de onmogelijkheden.

11. Zorg dat budgetteringscursussen/trainingen financiële huishouding georganiseerd worden voor de doelgroep en betrek met name (ervaringsdeskundige) vrouwen bij het opstellen van die cursussen.

12. Maak een vast lesprogramma over het omgaan met geld mogelijk voor het basis en voortgezet onderwijs. Betrek hier lerarenopleidingen bij. Houd rekening met individuele talenten en verschillen tussen mensen in armoedesituatie. Niet iedereen is hetzelfde en heeft hetzelfde aanbod nodig.

13. Wij pleiten ervoor dat gemeenten weer een aantal plaatsen reserveren in de kinderopvang. Dit zorgt ervoor dat er geen drempel meer is voor vrouwen met kleine kinderen die een traject in gaan.

Bronnen

  • Vrouwen en financiële zelfredzaamheid. Een onderzoek naar de kenmerken van financieel kwetsbare vrouwen. Den Haag: E-Quality. Hoog, S. de, Egten, C. van en Jong, T. de (2010)
  • Enquête Beroepsbevolking 2007 en 2009. Dienst Onderzoek & Statistiek van de gemeente Amsterdam, in opdracht van SPE, Servicepunt Emancipatie. (2010)
  • Kans op armoede bij minderjarige kinderen. Landelijke Jeugdmonitor. Rapportage derde kwartaal 2010. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek. Ewalds, R. en Bos, W. (2010)
  • Belasting- en inkomensregelingen voor gezinnen met minderjarige kinderen. In: Sociaaleconomische trends, nr. 2, p.15-19. Lok, R. (2009)
  • Armoedesignalement 2010. Den Haag/Heerlen: Sociaal en Cultureel Planbureau/ Centraal Bureau voor de Statistiek. Scp/cbs (2010)
  • Kunnen alle kinderen meedoen? Onderzoek naar de maatschappelijke participatie van arme kinderen. Jehoel-Gijsbers (2009)
  • (Concept) Emancipatie effect toets Tilburgs Armoedebeleid. Stg. Zet en Feniks, Stedelijk Centrum voor Emancipatie Tilburg (2011)
  • Minima-effectrapportage gemeenten Tilburg en Goirle, Nibud (2011)
  • Gespreksverslagen (Eindhoven, Breda, ’s-Hertogenbosch, Tilburg) (2010)
  • www.Themissinglinkeurope.eu



Contact

Gerda de Vries
p/a NS Plein 17
5014 DA Tilburg
013 542 18 96

Download

Verwennen_is_verwaarlozen.manifest.nov2011.doc

Het volledige manifest om te downloaden

1.9 M